Auteurs
Heyting, Hans (1918-1992) | Heyting, Hans (1918-1992) |
|
|
|
| vrijdag 24 december 2010 | |
|
Wegstuurd van de ambtachtsschoel naodat hij het fietsenhok opbleus mit een zölfgemaakte bom. Opleiding tot kunstschilder bij kunstenaor-tiekenleraor Louis Kortenhorst. Deur journalist-godsdienstleraor de Ridder töt de literatuur bracht. Wiedere verdieping van zien culturele belangstelling deur de vrundschap mit schilder Fernhout die as in Beileroord verpleegd weur. Rond zien 24e verliefd op zien tien jaor jongere buurwichtie Ina Konings die hij een aantal keren portretteerde. Hij beweerde dat zij op 14 jaorige leeftied uut de tied ekomen was. Dr. Henk Nijkeuter hef in 2005 uutezöcht dat Ina Konings niet overleden is. Hij hef daorveur hiel wat archieven deurespit. Uuteindelijk hef e heur evunden in Zwitserlaand. Gung in 1944 in Borger wonen waor hij de rest van zien leven blieven zul. Woonde in 1946 een tied saomen mit Anton Heyboer. In dat jaor oprichter van de Drentse Schilders. Kwam tot het inzicht dat hij veur schildern te weinig talent har. Publicaoties in het cultureel tiedschrift Erica, waorvan hij mit-oprichter was, over schilderkunst, evenas in Maandblad Drenthe en de Nieuwe Drentsche Volksalmanak. Regisseur van de Borger rederijkerskamer. Blesseerde zuch in 1950 ernstig mit een sprong van het podium. Lag een klein jaor in het ziekenhoes. Later verwoordde Hans Heyting zien frustraties over zien kunstzinnige tekortkomings in ’t sonnet 'Schilder', waorvan de leste tweei strofen luden:Is ’t nutteloos? Een schim, dit muizem knooien? Is alles wat e döt, niet beter daon? De jaoren gaot en ’t bluien staodig mindert en naoder komp het uur van gaon. Gien starveling die zuk zien naam herinnert - een onbekende tussen doezend dooien.
Begun eerste literaire periode: schreef daor het tonielstuk De vrömde
vögel, volgd deur aandere. Kwam daordeur in contact mit Radio Noord
waorveur hij schrieven en optreden gung: schetsen, hoorspeulen,
cultureel-informatieve programma’s. Iederien herkende de authentieke stem van Hans Heyting. Trouwde in 1953. Gung wonen in de Museumboerderij in Borger die as in 1967 ofbraandde waorbij een groot diel van zien schilderijen verleuren gung.
Legde zuch nog meer op schrieven toe. Zien belangriekste literaire wark weur bundeld in Spiegelschrift (19799) en Toegift (1986). In 2005 verschenen zien verzaomelde gedichten in de bundel De dichter en de wichter. In opdracht van Stichting Drentse Taol is er een schrieverspetret op DVD van Hans Heyting samensteld.
Aj op Taolpad Drenthe kiekt bij de ofdeling Schrieverij en dan op Beilen klikt kuj Hans Heyting zelf heuren. Hieronder kuj een stuk of wat gedichten lezen oet dizze bundel. Wij hebben der veur kozen om ok wat van zien lichtere waark zeein te laoten.
As do d'r niet bist Kamer
Vertrek, waor ik gebörgenheid in vind: Verleuren paradies
De boerderijen achter meidoornhegen Dubbelfocus
De dood leut dij Privé
Zó wol ik daj altied bleven:
Tieze nacht Soep van allerhande
Was eerst je handen grondig schoon,
Zommeraovend
Fragment uit: "Wat gemeen!" riep Hilde. Ze rende erheen en sprong Roelof Bies op de nek, die prompt achterover viel en door haar ongenadig werd ingepeperd. De twee andere jongens brulden van leedvermaak, maar bleven Ankie bekogelen.
Nu keerden ze zich tegen Hilde, die nog boven op een woedend spartelende Roelof zat. Maar op het ogenblik dat ze haar inpeperen wilden, werden ze in de kraag gegrepen door meneer Prins. Hij zei: "Helden, durven jullie wel?" Hij gaf de één een draai om z'n oren, de ander een schop onder z'n broek, trok Hilde bij haar capuchon omhoog en zette Roelof op zijn benen. "Zo," zei hij, "ik wil vrede op mijn stukje aarde, met de kerstdagen in zicht." En hij baande zich een weg door een kring van kinderen, die belangstellend toekeken. Meneer moest die morgen heel wat standjes uitdelen. De witte wereld buiten bracht onrust binnen de muren van de klas. In de loop van de morgen begon het hard te waaien. De sneeuwstorm joeg Lottie en Hilde in het gezicht, toen ze in het middaguur naar huis gingen. In de keuken komend, besloegen prompt Lotties brilleglazen door de vochtige warmte."Kijk uit!" riep moeder. Rinkeldekink! Lottie schopte tegen een emmer, die rinkelen over de vloer rolde. Met de bril in haar hand snauwde ze geschrokken: "Wie zet dáár nou ook een emmer neer!" "Ik," antwoordde moeder."Het lekt hier. En in de kamer. Wat een troep! " Ze zette de emmer weer op zijn plaats. Een ogenblik later petste een grote druppel op de bodem.
"Hoe komt dat?" vroeg Lottie. Lottie ging in de kamer kijken. Dicht bij de ramen stond een emmer. Plonk! En op de bank een afwasteil. Pets! En op de kachel stond de ketel zonder deksel. Als er een druppel inviel, spetterde het op de kachel, die nijdig: "Ptsss!" zei. "Kijk," wees moeder, die ook in de kamer kwam, "daar stroomt het langs het behang. Héérlijk zo'n boerderij, hè?" Weer klonk er gerinkel in de keuken, gevolgd door een luide uitroep van vader. Ook hij had de emmer omvergelopen, doordat zijn bril besloeg! Hij kwam in de kamer en keek rond. "Het lekt hier ook," stelde hij vast. "Heb je het ook in de gaten?" plaagde moeder. "Waar ben je de hele morgen geweest?" "In de serre van het hotel," antwoordde vader."Vanachter het raam heb ik een grote tekening van de besneeuwde Brink gemaakt." "Had liever het dàk gemaakt," zei moeder onlogisch."Jij met je boerderij! Maar ik begin er genóég van te krijgen, weet je dat?"
Bronnen:
|





